Tagarchief: uid

Guardian Open Platform: geven om te ontvangen

Enkele maanden geleden noemde ik in een Publishr-post al het Open Platform van de Britse krant The Guardian. Deze krant besloot begin dit jaar alle content beschikbaar te stellen voor derden via een content API.  Een verwant project is de Guardian Datastore, waarin ruwe data van The Guardian beschikbaar zijn voor (her)gebruik.

Lees verder

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder Blog, Online publishing

Televisierapport 2009: kerncijfers van de televisiemarkt

Diensten als Uitzending Gemist (van de publieke omroep) en RTL gemist hebben een grote invloed op de kijkdichtheid van programma’s. Zeker de shows met een vaste groep volgers hebben duidelijk baat bij de mogelijkheid om de programma’s later op internet terug te zien. Uit cijfers van de SPOT over 2008 blijkt dat op RTL gemist 91 miljoen mensen een programma keken. Op Uitzending gemist werd zelfs 130 miljoen keer een programma gestart.

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Stappenplan bij nieuwe regels voor e-mailnieuwsbrieven

Eerder schreef mede-blogger Remko Zuiderwijk op Publishr enkele berichten over de naderende nieuwe regelgeving voor e-mailnieuwsbrieven. Zoals bekend wordt vanaf 1 oktober 2009 de nieuwe Telecomwet van kracht. Deze regelt dat ook bij B2B-e-mailcampagnes ‘double opt-in’ nodig is. Met andere woorden: wie zich inschrijft voor een e-mailnieuwsbrief, moet dat nadien actief onderstrepen (bijvoorbeeld door een link aan te klikken in de bevestigingsmail).

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Sociale netwerken versterken hun positie als contentplatform

Sociale media nemen steeds vaker de plaats in van aparte weblog- en fotowebsites en zijn het dominante platform geworden voor het creëren en delen van content. Van alle gebruikers van sociale netwerksites, gebruikt 76 procent hun persoonlijke pagina om foto’s, video’s en/of weblogs te plaatsen. Daarnaast is het kijken van videomateriaal op het internet de laatste tijd flink gestegen. Van alle Filippijnse actieve internetgebruikers, heeft 98 procent wel eens videomateriaal bekeken. In Korea, Spanje en de VS is dit ongeveer 80 procent.
Dit blijkt uit onderzoek van Universal McCann, getiteld Power to the People! Social media tracker onder 22.729 actieve internetgebruikers, mensen die dagelijks online zijn.
Internetgebruik
In de 38 onderzochte landen zijn 625 miljoen actieve internetgebruikers. Van hen wonen de meesten in China (159,6 miljoen) en Amerika (96,3 miljoen). Desondanks is het percentage inwoners dat dagelijks internet gebruikt in China met 22,5 procent laag en staat Amerika met 74,7 procent ook maar net in de Top 10. In Noorwegen is de penetratie van internet met 86 procent het hoogst, gevolgd door Finland (83 procent) en Nederland (82,9 procent). Het percentage is het laagst in India; de 12,3 miljoen dagelijkse gebruikers zijn slechts 7,1 procent van de bevolking. Daarbij moet worden aangetekend dat behalve Zuid-Afrika (met 9,4 procent het op een na laagste percentage) geen enkel ander Afrikaans land is onderzocht.
Video’s
In Nederland is sinds 2008 het percentage mensen dat ooit video’s online heeft gezet op een video-sharingwebsite als YouTube gestegen van 31,16 naar 35,42 procent. Toch is wereldwijd (lees: in de 38 onderzochte landen) het uploaden van videomateriaal de enige online activiteit die, ten opzichte van 2008, in populariteit is afgenomen. Het bekijken van video’s blijft echter de populairste vorm van vermaak op internet: ruim 80 procent doet dit geregeld. Ook online radio luisteren en het gebruik van sociale netwerksites zijn razend populair.
Sociale netwerksites
Van de actieve internetters, besteedt 64,1 procent geregeld tijd aan het onderhouden van het eigen profiel of aan het bezoeken van profielen van vrienden. In Rusland is het aantal leden van sociale netwerken fors gestegen. Vorig jaar had 74 procent van de dagelijkse internetters een profiel op een sociaal netwerk, in 2009 is dit 85,3 procent. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat oude mensen nog niet veel online zijn en de online bevolking vooral uit jongeren bestaat. In landen met een grotere ouderenparticipatie ligt het getal beduidend lager. Zo is het percentage in de Verenigde Staten bijvoorbeeld ‘slechts’ 59 procent.

Sociale netwerken nemen steeds vaker de plaats in van aparte weblog- en fotowebsites en zijn het dominante platform geworden voor het creëren en delen van content, zo blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek van Universal McCann onder 22.729 actieve internetgebruikers, mensen die dagelijks online zijn. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Twitter: de stand van zaken

Twitter is een fenomeen, maar is onderhevig aan wetten die voor veel eerdere online trends golden. Dat maakt het natuurlijk niet minder interessant, maar ook hier geldt dat een relatief piepkleine groep (zeer) actief gebruikmaakt van de dienst, terwijl een aanzienlijk deel afhaakt kort nadat men zich heeft aangemeld.

HubSpot bracht de ontwikkeling van Twitter in beeld in het rapport The State of the Twittersphere. Het aantal twitteraars is in het afgelopen jaar geëxplodeerd. In 2008 kwamen er vijf- tot tienduizend twitteraars per dag bij, in 2009 loopt dat zo snel op dat het noemen van een percentage niet zinnig is: de dag erna is het alweer achterhaald. Zo is tussen november 2008 en januari 2009 het aantal twitteraars meer dan verdubbeld en over het hele jaar verachtvoudigd.

twitter-groeiSlapende twitteraars
Van alle 4,5 miljoen gebruikers waarvan HubSpot gegevens gebruikte, had ruim 9 procent minder dan tien volgers en minder dan tien vrienden en minder dan tien updates. Deze zijn door de onderzoekers bestempeld als inactief. Blijkbaar zijn veel mensen gaan twitteren als gevolg van de hype, zonder er echt veel moeite voor te willen doen. In het rapport uit 2008 stond te lezen dat 80 procent een biografie had bij haar/zijn twitteraccount, een jaar later is dat nog maar 24 procent. Onder actieve twitteraars is dit percentage beduidend hoger.

Gekwetter
Minder dan een derde van de twitteraars noemt een thuislocatie op zijn Twitteraccount. De plaats die het meest voorkomt in de profielen, is Londen, gevolgd door USA, San Francisco en New York. Twitter lijkt vooral gebruikt te worden voor afleiding op het werk. In het weekend is het aantal tweets (berichten op Twitter) veel lager dan doordeweeks: ongeveer 580 duizend op zaterdag – de rustigste dag – tegenover 850 duizend op de donderdag. Tussen twee en vijf ’s middags wordt veel getwitterd, ongeveer 240 duizend tweets per uur. De echte piek ligt echter ’s avonds: zo’n 260 duizend tweets worden verstuurd tussen tien en elf uur.

Volgen en gevolgd worden
Wanneer het aantal twitteraars dat de gemiddelde gebruiker volgt wordt afgezet tegen het aantal dat hen volgt, scoort de gemiddelde gebruiker 0,77. Er wordt dus over het algemeen meer gevolgd door gebruikers dan dat mensen hen volgen. De overgrote meerderheid van de gebruikers volgt maar een klein aantal mensen. Duizend van de 3,5 miljoen onderzochte twitteraars volgen 500 mensen. Een hoop leeswerk, wanneer in gedachten wordt gehouden dat de gemiddelde twitteraar ongeveer een maal per dag schrijft. Er zijn slechts enkele zonderlingen die meer dan negenduizend mensen volgen.

Foto: Sergey Yeliseev

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Consument ziet online content jatten niet als ernstig vergrijp

De strijd van de contentproducenten tegen illegaal downloaden kent sinds gisteren een nieuw hoofdstuk: de 32-jarige Jammie Thomas-Rasset uit Minnesota werd veroordeeld tot een boete van 1,9 miljoen dollar wegens het illegaal downloaden van 24 liedjes. Een flinke strop voor een particulier. Voor de bezitters van de copyrights van de liedjes loopt de schade echter jaarlijks in de miljarden: de Britse entertainmentindustrie naar schatting een totaal verlies geleden van 10 miljard pond, naast de vierduizend banen die verloren zijn gegaan.

Ondanks de verregaande consequenties wordt illegaal downloaden door consumenten niet beschouwd als een ernstig vergijp, waardoor het moeilijk uit te bannen is. In het rapport Copycats? Digital consumers in the online age, opgesteld door de Stategic Advise Board for Intellectual Property (SABIP) in samenwerking met University College London (UCL), wordt het gedrag van online consumenten in kaart gebracht en verklaard.

coverWat is wel en niet legaal?
Eén van de redenen dat consumenten zonder al te veel gewetenswroeging illegaal content downloaden, is de onduidelijkheid omtrent wat wel en niet legaal is. Online content kan op heel veel manieren geconsumeerd worden: het kan worden gedownload, gestreamd, gedeeld en geupload middels een groot aantal sites en applicaties, sommige legaal en andere niet. Hierdoor is er veel verwarring onder consumenten, wat op zichzelf een goed excuus is om er niet mee te stoppen. Consumenten rechtvaardigen hun gedrag door zich af te sluiten voor de economische consequenties van hun gedrag. Zo voelt 70 procent van de Britse 15 tot 24-jarigen zich niet schuldig als ze gratis muziek downloaden, en 61 procent is zelfs van mening dat zij niet zouden moeten hoeven betalen voor mp3’s.

Eigendom online minder betekenisvol
Het concept ‘eigendom’ heeft bovendien een heel andere mening in de fysieke wereld dan online. In de ‘echte’ wereld zijn goederen minder makkelijk toegankelijk: ze worden verkocht in een winkel met openingstijden, personeel en een al dan niet bereikbare geografische locatie. Online bestaan dit soort belemmeringen niet, alles is immers binnen twee muisklikken voorhanden. De heersende opinie lijkt te zijn dat alles dat zo makkelijk toegankelijk is, en dat bovendien minder tastbaar (want digitaal) is dan andere consumptiegoederen, wel gratis zou moeten zijn. Bovendien is het nog nooit zo makkelijk geweest om de wet te overtreden. Door middel van illegale services als LimeWire of Pirate Bay heeft de consument in principe ongelimiteerde toegang tot allerlei bestanden. Een cd uit de winkel stelen vereist vaardigheid en stalen zenuwen, terwijl het risico om gepakt te worden groot is. Om dezelfde cd in digitaal formaat te stelen, is weinig meer nodig dan een pc en een breedbandaansluiting, en er is geen haan die ernaar kraait.

Geen zichtbaar slachtoffer
Misschien wel de belangrijkste reden dat consumenten geen gêne voelen als ze illegaal content downloaden is de afwezigheid van een zichtbaar en aanwijsbaar slachtoffer. Hoewel softwareontwikkelaars, muzikanten en andere ontwikkelaars en eigenaars van digitale content wel degelijk te lijden hebben onder de downloadpraktijken van de consument, is het slachtoffer gevoelsmatig ver verwijderd, of zelf geheel afwezig, waardoor er geen morele consequenties zijn verbonden aan het schenden van de rechten van deze partijen. Het merendeel van de Britten gelooft dat slechts een paar individuen of ondernemingen er last van ondervindt, en dat de kans dat er iemand wordt benadeeld door het downloaden van software, zeer laag is. Veel consumenten zien zichzelf juist als het slachtoffer van een industrie die de prijzen van software kunstmatig hoog houdt. Om dit probleem in te perken zal er de komende tijd veel aandacht uit moeten gaan naar verscherping van wetgeving en toezicht, maar ook naar voorlichting over de financiële en economische consequenties voor de slachtoffers  van illegaal downloaden.

(foto: Creative Commons/Bronwyn Lewis)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Nederlandse uitgevers blijven afkerig van e-book

Vandaag presenteert Theo Huibers de zesde editie van het rapport De uitgever aan het woord op het Nationaal Uitgeverscongres in Haarlem. In het rapport worden trends en ontwikkelingen gesignaleerd op het gebied van businessmodellen, uitgeefstrategieën, product- en diensteninnovaties en inkomstenmodellen. Duidelijk wordt dat diversificatie van productfolio en de transitie van papier naar digitaal onverminderd verder gaan, maar dat de zoektocht naar het ideale inkomstenmodel voorlopig nog niet is afgerond. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog, Online publishing

Consument wil hooguit voor specifieke online content betalen

Nederlanders zijn minder snel bereid te betalen voor een online krant dan bijvoorbeeld consumenten in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië. De prijs die Nederlandse consumenten bereid zijn te betalen voor een online krant ligt in vergelijking met de huidige prijs voor een gedrukte krant op 38 procent; wereldwijd ligt dit percentage op 65 procent. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Advertentie-euro online het best besteed

Nederlandse adverteerders besteden jaarlijks meer dan 4 miljard euro aan adverteren in de media. Regelmatig hoor je geluiden dat de helft hiervan weggegooid geld is. Maar wat zijn de feiten? De groep publiekstijdschriften van het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) pakte de uitdaging op om te onderzoeken op welke manier het meest uit de advertentie-euro kan worden gehaald. Het resultaat is de Media Observer 2008, die in maart verscheen.

Twee belangrijke factoren in het onderzoek zijn effectgroei en het overbrengen van de merkpropositie. Online adverteren scoort bij beide het hoogst. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Ik ben van de GeenStijl-generatie

Afgelopen weekend werd de prijs voor het beste televisiefragment van het jaar uitgereikt. Paul de Leeuw, Peter R. de Vries en Rutger van GeenStijl.tv waren doorgedrongen tot de finale. Dat GeenStijl niet met de trofee naar huis ging, verbaasde me niet. Het genomineerde item was niet fraai gefilmd en alleen door de reactie (en later het ontslag) van minister Vogelaar verkreeg het enige nieuwswaarde. Veel verbazender vond ik de reactie van de vakjury, vertegenwoordigd door Anita Witzier. Kort samengevat: ‘Dit filmpje hadden we liever niet bij de top 3 gezien; het is immers internet en geen televisie’.

Waarom wordt GeenStijl zo makkelijk weggezet als irrelevant of  gezien als ‘grof, triest en walgelijk’? Waarom houdt de gevestigde orde in medialand zich verre van GeenStijl of doet aan onjuiste beeldvorming? Op De Nieuwe Reporter rept Theo van Stegeren over GeenStijl als ‘een weblog dat zich ten doel stelt andermans idealen het nekschot te geven’. De Volkskrant sloeg de plank volledig mis met de term ‘GeenStijl-generatie’ om mensen aan te duiden die erop los bedreigen. Alleen de Telegraaf zag brood in de onorthodoxe aanpak van Fleischbaum, Hoxha, Pritt Stift en de overige redacteuren, die zelf zeggen ‘infotainment’ te produceren. Van het succes van GeenStijl valt veel te leren.

Kanttekeningen
Natuurlijk zijn er kanttekeningen mogelijk bij het succes van GeenStijl. In een interview noemde directeur Dominique Weesie zijn site ‘zo inconsequent als de pest’ en kwam hij niet overtuigend over in het verdedigen van onjournalistieke uitingen. De vage verhouding tussen redactionele en gesponsorde content doen terecht de wenkbrauwen fronsen. Desondanks bewonder ik de oprichters van GeenStijl voor hun schepsel. Op tijd hebben zij zich gerealiseerd welke rol een weblog kan spelen; de doelgroep is verstandig gekozen (want slim, hoogopgeleid, IT-literate) en adverteerders (het ministerie van Defensie voorop) staan in de rij om ruimte in te kopen.

Community
GeenStijl is als online uitgeefproduct het volgen meer dan waard. Waarom? De site is een prachtig voorbeeld van een community met een vaste kern en een enorme groep regelmatige lezers. Dat GeenStijl een geslaagde community is, blijkt uit de wederdiensten van de bezoekers. Menige autodief en overvaller is al in de kraag gevat dankzij de ‘reaguurders’ van GeenStijl. Ook voor een lolletje zijn ze wel te vinden, getuige het topic rond het meisje Luca. Ook de enorme stroom user-generated content (die deels zijn weg vindt naar Dumpert) vormt een bewijs dat ‘conversation is king‘ op GeenStijl.

Taalverrijking
Wat te denken van het taalgebruik op GeenStijl? ‘Populisme’ is een veelgehoord verwijt richting GeenStijl. Maar wanneer het onderbuikgevoel wordt aangesproken, is de toonzetting voornamelijk ironisch. Naar mijn mening is er sinds de strips van Ollie B. Bommel er geen medium geweest wat in zo’n korte tijd zoveel taal heeft toegevoegd aan het Nederlandse vocabulaire. Toegegeven, meer in het jongensgenre dan daarbuiten. ‘Fappen’, ‘fotofuck’, ‘televee’ en ‘wegjorissen’ zijn slechts enkele voorbeelden.

Ontmaskering
GeenStijl ontmaskert genadeloos alles wat nep is. Daar worden internetpolls het slachtoffer van, maar ook de achterhaalde procedure (want gebaseerd op het idee van de verzuiling) voor aanmelding van een nieuwe publieke omroep. Het GeenStijl-initiatief PowNed is niet meer dan begrijpelijk nu er naast een ouderenomroep en een ‘groene omroep’ ook een dierenomroep zich warmdraait. Het werd tijd dat deze achterhaalde machinerie eens in het juiste perspectief wordt gezien. GeenStijl vervult hier de klassieke journalistieke rol van waakhond van de democratie, op een meer efficiënte manier dan de 430 man van de staatsomroep. Pardon, NOS.

1 reactie

Opgeslagen onder Blog