Tagarchief: rss

Twitter als ecosysteem: 5 voorbeelden

Twitter is geen doel op zichzelf. Maar wat is Twitter dan wel, als het geen sociëteit is waar de populairste leden elkaar op de schouders slaan? Ik zie Twitter als ecosysteem, als medium dat communicatie transporteert en faciliteert.Vergelijk het met radiogolven: ze bestaan ten dienste van informatie, maar je merkt dat pas door de boodschap die erop wordt doorgegeven. Vijf toepassingen van het medium Twitter: Lees verder

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Blog, Online publishing

Zes tips voor een groter publiek op je weblog

Een blog volschrijven is niet zo moeilijk, maar hoe zorg je dat je gelezen wordt? Dat is in de bijna eenjarige geschiedenis van Publishr voortdurend een belangrijke vraag geweest. De content wordt gepubliceerd via RSS, via e-mailnieuwsbrieven, via Twitter en uiteraard laten we zo vaak mogelijk het woord ‘Publishr’ vallen in onze contacten. Maar wat werkt nu echt? Zes best practices op basis van de meest populaire berichten van Publishr.

Lees verder

4 reacties

Opgeslagen onder Blog

Guardian Open Platform: geven om te ontvangen

Enkele maanden geleden noemde ik in een Publishr-post al het Open Platform van de Britse krant The Guardian. Deze krant besloot begin dit jaar alle content beschikbaar te stellen voor derden via een content API.  Een verwant project is de Guardian Datastore, waarin ruwe data van The Guardian beschikbaar zijn voor (her)gebruik.

Lees verder

4 reacties

Opgeslagen onder Blog, Online publishing

Congrestip: Thuiswinkel Update 2009

Op 29 september vindt in DeFabrique in Maarssen voor de vierde keer het event Thuiswinkel Update plaats. De organisatie is in handen van de Nederlandse Thuiswinkel Organisatie en BBP, de uitgever van het vakblad voor webwinkeliers Twinkle. Zij benadrukken dat Thuiswinkel Update er is voor iedereen die betrokken is bij thuiswinkelen in Nederland, of u zich nu bezighoudt met betalingsverkeer, marketing, fraude & veiligheid, rechten & plichten of ander facetten rondom thuiswinkelen.

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Consument ziet online content jatten niet als ernstig vergrijp

De strijd van de contentproducenten tegen illegaal downloaden kent sinds gisteren een nieuw hoofdstuk: de 32-jarige Jammie Thomas-Rasset uit Minnesota werd veroordeeld tot een boete van 1,9 miljoen dollar wegens het illegaal downloaden van 24 liedjes. Een flinke strop voor een particulier. Voor de bezitters van de copyrights van de liedjes loopt de schade echter jaarlijks in de miljarden: de Britse entertainmentindustrie naar schatting een totaal verlies geleden van 10 miljard pond, naast de vierduizend banen die verloren zijn gegaan.

Ondanks de verregaande consequenties wordt illegaal downloaden door consumenten niet beschouwd als een ernstig vergijp, waardoor het moeilijk uit te bannen is. In het rapport Copycats? Digital consumers in the online age, opgesteld door de Stategic Advise Board for Intellectual Property (SABIP) in samenwerking met University College London (UCL), wordt het gedrag van online consumenten in kaart gebracht en verklaard.

coverWat is wel en niet legaal?
Eén van de redenen dat consumenten zonder al te veel gewetenswroeging illegaal content downloaden, is de onduidelijkheid omtrent wat wel en niet legaal is. Online content kan op heel veel manieren geconsumeerd worden: het kan worden gedownload, gestreamd, gedeeld en geupload middels een groot aantal sites en applicaties, sommige legaal en andere niet. Hierdoor is er veel verwarring onder consumenten, wat op zichzelf een goed excuus is om er niet mee te stoppen. Consumenten rechtvaardigen hun gedrag door zich af te sluiten voor de economische consequenties van hun gedrag. Zo voelt 70 procent van de Britse 15 tot 24-jarigen zich niet schuldig als ze gratis muziek downloaden, en 61 procent is zelfs van mening dat zij niet zouden moeten hoeven betalen voor mp3’s.

Eigendom online minder betekenisvol
Het concept ‘eigendom’ heeft bovendien een heel andere mening in de fysieke wereld dan online. In de ‘echte’ wereld zijn goederen minder makkelijk toegankelijk: ze worden verkocht in een winkel met openingstijden, personeel en een al dan niet bereikbare geografische locatie. Online bestaan dit soort belemmeringen niet, alles is immers binnen twee muisklikken voorhanden. De heersende opinie lijkt te zijn dat alles dat zo makkelijk toegankelijk is, en dat bovendien minder tastbaar (want digitaal) is dan andere consumptiegoederen, wel gratis zou moeten zijn. Bovendien is het nog nooit zo makkelijk geweest om de wet te overtreden. Door middel van illegale services als LimeWire of Pirate Bay heeft de consument in principe ongelimiteerde toegang tot allerlei bestanden. Een cd uit de winkel stelen vereist vaardigheid en stalen zenuwen, terwijl het risico om gepakt te worden groot is. Om dezelfde cd in digitaal formaat te stelen, is weinig meer nodig dan een pc en een breedbandaansluiting, en er is geen haan die ernaar kraait.

Geen zichtbaar slachtoffer
Misschien wel de belangrijkste reden dat consumenten geen gêne voelen als ze illegaal content downloaden is de afwezigheid van een zichtbaar en aanwijsbaar slachtoffer. Hoewel softwareontwikkelaars, muzikanten en andere ontwikkelaars en eigenaars van digitale content wel degelijk te lijden hebben onder de downloadpraktijken van de consument, is het slachtoffer gevoelsmatig ver verwijderd, of zelf geheel afwezig, waardoor er geen morele consequenties zijn verbonden aan het schenden van de rechten van deze partijen. Het merendeel van de Britten gelooft dat slechts een paar individuen of ondernemingen er last van ondervindt, en dat de kans dat er iemand wordt benadeeld door het downloaden van software, zeer laag is. Veel consumenten zien zichzelf juist als het slachtoffer van een industrie die de prijzen van software kunstmatig hoog houdt. Om dit probleem in te perken zal er de komende tijd veel aandacht uit moeten gaan naar verscherping van wetgeving en toezicht, maar ook naar voorlichting over de financiële en economische consequenties voor de slachtoffers  van illegaal downloaden.

(foto: Creative Commons/Bronwyn Lewis)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

What are you doing? Profiteren van status updating

Uit een rapport van het Amerikaanse Pew-instituut blijkt dat steeds meer mensen zichbezig houden met status updating: op allerlei online platforms laat men weten waar men mee bezig is. Dat biedt contentbeheerders een mooie kans voor het verspreiden van hun content naar nieuwe doelgroepen.

Twitter is de grootste stand-alone toepassing waarmee men  contacten op de hoogte houdt met status updates. Door de veelvuldige media-aandacht van de afgelopen maanden (zie ook hierhier en hier) beleeft de dienst momenteel zijn Nederlandse doorbraak. Maar er zijn tientallen andere sites en netwerken waar status updating ter zake doet:

  • Op Hyves heb je de rubriek wie-wat-waar
  • Op Facebook kun je laten zien wat je doet, leest, luistert en aanbeveelt. 
  • Plaxo en FriendFeed bestaan bij de gratie van status updates 
  • Uiteraard zijn er ook nog de instant messaging-services zoals MSN die je de gelegenheid geven om een frase aan je profielnaam toe te voegen.  

publishr-hyvesWhat are you doing?
De tagline van Twitter, dat overigens nog nauwelijks geld verdient, is ‘What are you doing?’. Zo eenvoudig is het dus! Twitter heeft handig geanticipeerd op het nieuwe digitale netwerken. Het wordt toegepast door jongeren, die zo vertrouwd zijn met de digitale wereld dat de privacy-huiver en de scheiding tussen werk en privé van andere generaties hen vreemd is. 

Nearly one in five (19%) online adults ages 18 to 24 have ever used Twitter and its ilk, as have 20% of online adults 25 to 34. Use of these services drops off steadily after age 35 with 10% of 35 to 44 year olds and 5% of 45 to 54 year olds using Twitter. The decline is even more stark among older internet users; 4% of 55-64 year olds and 2% of those 65 and older use Twitter.

(Twitter and Status Updating, p.2)

Status update op MSNContentleverancier
Als contentleverancier op zoek naar een zo groot en relevant mogelijk lezerspubliek kun je eenvoudig en gratis op deze trend inspelen. Status updaters in het algemeen en Twittergebruikers in het bijzonder zijn de ideale gebruikers van online en mobiele content:

Twitter users engage with news and own technology at the same rates as other internet users, but the ways in which they use the technology – to communicate, gather and share information – reveals their affinity for mobile, untethered and social opportunities for interaction.

(Twitter and status updating, p.5)

Status update via TwitterStatus updaters consumeren echter niet alleen content, ze produceren het ook. Met hun regelmatige updates via de genoemde media kunnen zij een buitengewoon krachtige springplank vormen voor allerlei vormen van content, van krantenartikelen tot filmpjes. Uiteraard is het mogelijk om (bijvoorbeeld via Twitterfeed) al je content automagisch op Twitter te laten verschijnen. Wanneer echter twitteraars in hun ‘microblogs’ linken naar de content uit je publicatie, werkt dat vele malen beter: mond-tot-mond is nog steeds de meest effectieve vorm van reclame. 

Twitter voor contentspecialistenAanbeveling + status update via facebook
Wat staat contentspecialisten dus te doen? Start vandaag nog een twitter-account en begin te vertellen waar je mee bezig bent. Bouw een netwerk van relevante contacten op en link in je berichten genereus naar artikelen van anderen die je de moeite waard vindt. Link ondertussen in je bericht naar je eigen content, liefst via een statistiekentoepassing, zodat je weet wie je bericht gelezen hebben. 

Vluchtigheid
‘You market to a parade, not to a standing army’. Die marketingwijsheid moet in het achterhoofd blijven bij het gebruikmaken van status updates. De vluchtigheid van het medium is iets om rekening mee te houden. Je kunt er zelfs van profiteren, zo wordt betoogd in een recent bericht op de weblog Fuel interactive

(foto bij bericht van dekoderek via Flickr)

4 reacties

Opgeslagen onder Blog