Tagarchief: rapport

Carolyn Maloney: de Elco Brinkman van Washington DC

In de VS wordt de crisis in krantenland misschien wel het beste zichtbaar. De oplagecijfers van kranten gaan in snel tempo naar beneden: woensdag wijdde The Guardian er nog een graphic aan. Diverse kranten zijn overgestapt op online-only en meerdere oude, gezaghebbende titels hebben het loodje gelegd. De ontslagen lopen in de tienduizenden. Aan het Congres in Washington DC is de penibele staat van veel kranten niet voorbijgegaan.

Lees verder

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Bloggen anno 2009: levert dat nog iets op?

Wordt er met bloggen nog wel geld verdiend? Die vraag is onderdeel van het jaarlijkse onderzoek State of the Blogosphere van weblog-zoekmachine Technorati. Voor het eerst dit jaar heeft men zich verdiept in professionele bloggers, merken in de ‘blogosfeer’. Ook monetisatie komt aan bod: hoe vermarkten weblogs en webloggers zichzelf? Het onderzoek werd begin deze week gepresenteerd op Blog World Expo in Las Vegas. Het rapport komt stap voor stap beschikbaar; vandaag was het de beurt aan dag 4, Blogging Revenues, Brands and Blogs.
Door middel van marktonderzoek door Penn Schoen & Berland ondervroeg men 2.900 bloggers in de VS. Deze groep bestaat uit hobbyisten (72 procent), part-timers (15 procent), corporate bloggers (4 procent) en de categorie self-employed (9 procent). De laatste drie groepen, 28 procent van het totaal, richt zich geheel of gedeeltelijk op het verdienen van geld met hun weblog. Uiteraard is deze groep zakelijke bloggers voor uitgevers de interessantste. Wat doen zij wat wij ook kunnen?
Adverteren
Ruim de helft (54 procent) van de zakelijke bloggers die geld verdienen met hun weblog, zijn part-timers, een derde (32 procent) bestaat uit self-employed bloggers en 14 procent bestaat uit corporate bloggers. Inkomsten genereert men hoofdzakelijk met drie vormen van adverteren: display-advertenties (40 procent van het totaal), search-advertenties zoals Google Adsense (39 procent van het totaal) en affiliate marketing links (36 procent van het totaal). Een aanzienlijk deel (15 procent) verwerft inkomsten door lezingen over het onderwerp van hun weblog.
Integriteit
Met de integriteit van de ondervraagden zit het overigens wel snor. De meerderheid heeft zich nog nooit laten betalen voor bijvoorbeeld spreekopdrachten, media-optredens of reviews van producten. 28 procent van alle bloggers die geld verdienen, waakt er zelfs voor om advertenties toe te laten om de onpartijdigheid of geloofwaardigheid niet in gevaar te brengen.
Wat levert het op?
Bloggen is goed voor een bedrijf of merk, maar ook voor de carrière van de blogger. Van alle ondervraagden met een zakelijke weblog stelt 71 procent dat ze zichzelf beter in de kijker hebben gespeeld in hun branche. Ruim de helft (56 procent) is van mening dat ze met hun weblog het bedrijf hebben geholpen om ‘thought leader’ te worden binnen hun branche. Op dit vlak liggen ook de persoonlijke voordelen: meer dan de helft (58 procent) van de ondervraagde zakelijke bloggers stelt dat de weblog heeft bijgedragen aan een grotere bekendheid binnen hun vakgebied. Ook bij het vinden van een baan kan een weblog als goed resumé dienen: een kwart van de zakelijke bloggers heeft hiervan de vruchten geplukt.

Wordt er met bloggen nog wel geld verdiend? Die vraag is onderdeel van het jaarlijkse onderzoek State of the Blogosphere van weblog-zoekmachine Technorati. Voor het eerst dit jaar heeft men zich verdiept in professionele bloggers, merken in de ‘blogosfeer’. Ook monetisatie komt aan bod: hoe vermarkten weblogs en webloggers zichzelf? Het onderzoek werd begin deze week gepresenteerd op Blog World Expo in Las Vegas. Het rapport komt stap voor stap beschikbaar; vandaag was het de beurt aan dag 4, Blogging Revenues, Brands and Blogs.

Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Webwinkelen: best practices voor uitgevers

Op dinsdag 29 september wordt de jaarlijkse Thuiswinkel update weer gehouden, met diverse sessies die ook voor uitgeverijen interessant zijn. Ik zal aanwezig te zijn en live bloggen en te twitteren bij de presentatie van de Multichannel Monitor 2009, een onderzoek van Blauw Research in opdracht van Thuiswinkel.org en HBD.

Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Televisierapport 2009: kerncijfers van de televisiemarkt

Diensten als Uitzending Gemist (van de publieke omroep) en RTL gemist hebben een grote invloed op de kijkdichtheid van programma’s. Zeker de shows met een vaste groep volgers hebben duidelijk baat bij de mogelijkheid om de programma’s later op internet terug te zien. Uit cijfers van de SPOT over 2008 blijkt dat op RTL gemist 91 miljoen mensen een programma keken. Op Uitzending gemist werd zelfs 130 miljoen keer een programma gestart.

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Journalistiek laat zich opnieuw kaas van het brood eten

De impact van de recessie op journalistieke uitgaven is groot. Budgetten zijn verkleind en redacties zijn gekrompen nadat advertentie-inkomsten aanzienlijk afnamen. Dit zijn echter niet de enige donkere wolken aan de horizon voor redacties: uit nieuw onderzoek van Oriella blijkt dat een aanzienlijk deel van de ondervraagden (journalisten uit zeven West-Europese landen) verwachten dat nieuwe technologische ontwikkelingen hun traditionele kanaal (print, radio, televisie) kunnen gaan verdringen. In Nederland en België is men overigens een stuk minder pessimistisch over de papieren krant dan elders in Europa.

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Sociale netwerken versterken hun positie als contentplatform

Sociale media nemen steeds vaker de plaats in van aparte weblog- en fotowebsites en zijn het dominante platform geworden voor het creëren en delen van content. Van alle gebruikers van sociale netwerksites, gebruikt 76 procent hun persoonlijke pagina om foto’s, video’s en/of weblogs te plaatsen. Daarnaast is het kijken van videomateriaal op het internet de laatste tijd flink gestegen. Van alle Filippijnse actieve internetgebruikers, heeft 98 procent wel eens videomateriaal bekeken. In Korea, Spanje en de VS is dit ongeveer 80 procent.
Dit blijkt uit onderzoek van Universal McCann, getiteld Power to the People! Social media tracker onder 22.729 actieve internetgebruikers, mensen die dagelijks online zijn.
Internetgebruik
In de 38 onderzochte landen zijn 625 miljoen actieve internetgebruikers. Van hen wonen de meesten in China (159,6 miljoen) en Amerika (96,3 miljoen). Desondanks is het percentage inwoners dat dagelijks internet gebruikt in China met 22,5 procent laag en staat Amerika met 74,7 procent ook maar net in de Top 10. In Noorwegen is de penetratie van internet met 86 procent het hoogst, gevolgd door Finland (83 procent) en Nederland (82,9 procent). Het percentage is het laagst in India; de 12,3 miljoen dagelijkse gebruikers zijn slechts 7,1 procent van de bevolking. Daarbij moet worden aangetekend dat behalve Zuid-Afrika (met 9,4 procent het op een na laagste percentage) geen enkel ander Afrikaans land is onderzocht.
Video’s
In Nederland is sinds 2008 het percentage mensen dat ooit video’s online heeft gezet op een video-sharingwebsite als YouTube gestegen van 31,16 naar 35,42 procent. Toch is wereldwijd (lees: in de 38 onderzochte landen) het uploaden van videomateriaal de enige online activiteit die, ten opzichte van 2008, in populariteit is afgenomen. Het bekijken van video’s blijft echter de populairste vorm van vermaak op internet: ruim 80 procent doet dit geregeld. Ook online radio luisteren en het gebruik van sociale netwerksites zijn razend populair.
Sociale netwerksites
Van de actieve internetters, besteedt 64,1 procent geregeld tijd aan het onderhouden van het eigen profiel of aan het bezoeken van profielen van vrienden. In Rusland is het aantal leden van sociale netwerken fors gestegen. Vorig jaar had 74 procent van de dagelijkse internetters een profiel op een sociaal netwerk, in 2009 is dit 85,3 procent. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat oude mensen nog niet veel online zijn en de online bevolking vooral uit jongeren bestaat. In landen met een grotere ouderenparticipatie ligt het getal beduidend lager. Zo is het percentage in de Verenigde Staten bijvoorbeeld ‘slechts’ 59 procent.

Sociale netwerken nemen steeds vaker de plaats in van aparte weblog- en fotowebsites en zijn het dominante platform geworden voor het creëren en delen van content, zo blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek van Universal McCann onder 22.729 actieve internetgebruikers, mensen die dagelijks online zijn. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Vrijdag pdf-dag

Het is vrijdag, dat betekent weinig e-mail en minder telefoontjes, kortom: tijd voor wat verdieping. Daarom hieronder een paar aanbevelingen van gratis downloadbare documenten en rapporten die relevant zijn voor iedereen die de uitgeefsector een warm hart toedraagt.

Indian Media Entertainment Outlook

1. India Entertainment & Media Outlook 2009 van PricewaterhouseCoopers (download) Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Twitter: de stand van zaken

Twitter is een fenomeen, maar is onderhevig aan wetten die voor veel eerdere online trends golden. Dat maakt het natuurlijk niet minder interessant, maar ook hier geldt dat een relatief piepkleine groep (zeer) actief gebruikmaakt van de dienst, terwijl een aanzienlijk deel afhaakt kort nadat men zich heeft aangemeld.

HubSpot bracht de ontwikkeling van Twitter in beeld in het rapport The State of the Twittersphere. Het aantal twitteraars is in het afgelopen jaar geëxplodeerd. In 2008 kwamen er vijf- tot tienduizend twitteraars per dag bij, in 2009 loopt dat zo snel op dat het noemen van een percentage niet zinnig is: de dag erna is het alweer achterhaald. Zo is tussen november 2008 en januari 2009 het aantal twitteraars meer dan verdubbeld en over het hele jaar verachtvoudigd.

twitter-groeiSlapende twitteraars
Van alle 4,5 miljoen gebruikers waarvan HubSpot gegevens gebruikte, had ruim 9 procent minder dan tien volgers en minder dan tien vrienden en minder dan tien updates. Deze zijn door de onderzoekers bestempeld als inactief. Blijkbaar zijn veel mensen gaan twitteren als gevolg van de hype, zonder er echt veel moeite voor te willen doen. In het rapport uit 2008 stond te lezen dat 80 procent een biografie had bij haar/zijn twitteraccount, een jaar later is dat nog maar 24 procent. Onder actieve twitteraars is dit percentage beduidend hoger.

Gekwetter
Minder dan een derde van de twitteraars noemt een thuislocatie op zijn Twitteraccount. De plaats die het meest voorkomt in de profielen, is Londen, gevolgd door USA, San Francisco en New York. Twitter lijkt vooral gebruikt te worden voor afleiding op het werk. In het weekend is het aantal tweets (berichten op Twitter) veel lager dan doordeweeks: ongeveer 580 duizend op zaterdag – de rustigste dag – tegenover 850 duizend op de donderdag. Tussen twee en vijf ’s middags wordt veel getwitterd, ongeveer 240 duizend tweets per uur. De echte piek ligt echter ’s avonds: zo’n 260 duizend tweets worden verstuurd tussen tien en elf uur.

Volgen en gevolgd worden
Wanneer het aantal twitteraars dat de gemiddelde gebruiker volgt wordt afgezet tegen het aantal dat hen volgt, scoort de gemiddelde gebruiker 0,77. Er wordt dus over het algemeen meer gevolgd door gebruikers dan dat mensen hen volgen. De overgrote meerderheid van de gebruikers volgt maar een klein aantal mensen. Duizend van de 3,5 miljoen onderzochte twitteraars volgen 500 mensen. Een hoop leeswerk, wanneer in gedachten wordt gehouden dat de gemiddelde twitteraar ongeveer een maal per dag schrijft. Er zijn slechts enkele zonderlingen die meer dan negenduizend mensen volgen.

Foto: Sergey Yeliseev

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Commissie-Brinkman: oogkleppensubsidie

Volgens het vandaag verschenen rapport van de Commissie-Brinkman moet de overheid de (dagblad)pers subsidiëren met geld van internetgebruikers. Is dat niet hetzelfde als steun voor de stoombootsector op te laten brengen door vliegtuigpassagiers? Of kopers van Tupperware belasten ten bate van de rietenmandenproductie? Lees verder

6 reacties

Opgeslagen onder Blog

Consument ziet online content jatten niet als ernstig vergrijp

De strijd van de contentproducenten tegen illegaal downloaden kent sinds gisteren een nieuw hoofdstuk: de 32-jarige Jammie Thomas-Rasset uit Minnesota werd veroordeeld tot een boete van 1,9 miljoen dollar wegens het illegaal downloaden van 24 liedjes. Een flinke strop voor een particulier. Voor de bezitters van de copyrights van de liedjes loopt de schade echter jaarlijks in de miljarden: de Britse entertainmentindustrie naar schatting een totaal verlies geleden van 10 miljard pond, naast de vierduizend banen die verloren zijn gegaan.

Ondanks de verregaande consequenties wordt illegaal downloaden door consumenten niet beschouwd als een ernstig vergijp, waardoor het moeilijk uit te bannen is. In het rapport Copycats? Digital consumers in the online age, opgesteld door de Stategic Advise Board for Intellectual Property (SABIP) in samenwerking met University College London (UCL), wordt het gedrag van online consumenten in kaart gebracht en verklaard.

coverWat is wel en niet legaal?
Eén van de redenen dat consumenten zonder al te veel gewetenswroeging illegaal content downloaden, is de onduidelijkheid omtrent wat wel en niet legaal is. Online content kan op heel veel manieren geconsumeerd worden: het kan worden gedownload, gestreamd, gedeeld en geupload middels een groot aantal sites en applicaties, sommige legaal en andere niet. Hierdoor is er veel verwarring onder consumenten, wat op zichzelf een goed excuus is om er niet mee te stoppen. Consumenten rechtvaardigen hun gedrag door zich af te sluiten voor de economische consequenties van hun gedrag. Zo voelt 70 procent van de Britse 15 tot 24-jarigen zich niet schuldig als ze gratis muziek downloaden, en 61 procent is zelfs van mening dat zij niet zouden moeten hoeven betalen voor mp3’s.

Eigendom online minder betekenisvol
Het concept ‘eigendom’ heeft bovendien een heel andere mening in de fysieke wereld dan online. In de ‘echte’ wereld zijn goederen minder makkelijk toegankelijk: ze worden verkocht in een winkel met openingstijden, personeel en een al dan niet bereikbare geografische locatie. Online bestaan dit soort belemmeringen niet, alles is immers binnen twee muisklikken voorhanden. De heersende opinie lijkt te zijn dat alles dat zo makkelijk toegankelijk is, en dat bovendien minder tastbaar (want digitaal) is dan andere consumptiegoederen, wel gratis zou moeten zijn. Bovendien is het nog nooit zo makkelijk geweest om de wet te overtreden. Door middel van illegale services als LimeWire of Pirate Bay heeft de consument in principe ongelimiteerde toegang tot allerlei bestanden. Een cd uit de winkel stelen vereist vaardigheid en stalen zenuwen, terwijl het risico om gepakt te worden groot is. Om dezelfde cd in digitaal formaat te stelen, is weinig meer nodig dan een pc en een breedbandaansluiting, en er is geen haan die ernaar kraait.

Geen zichtbaar slachtoffer
Misschien wel de belangrijkste reden dat consumenten geen gêne voelen als ze illegaal content downloaden is de afwezigheid van een zichtbaar en aanwijsbaar slachtoffer. Hoewel softwareontwikkelaars, muzikanten en andere ontwikkelaars en eigenaars van digitale content wel degelijk te lijden hebben onder de downloadpraktijken van de consument, is het slachtoffer gevoelsmatig ver verwijderd, of zelf geheel afwezig, waardoor er geen morele consequenties zijn verbonden aan het schenden van de rechten van deze partijen. Het merendeel van de Britten gelooft dat slechts een paar individuen of ondernemingen er last van ondervindt, en dat de kans dat er iemand wordt benadeeld door het downloaden van software, zeer laag is. Veel consumenten zien zichzelf juist als het slachtoffer van een industrie die de prijzen van software kunstmatig hoog houdt. Om dit probleem in te perken zal er de komende tijd veel aandacht uit moeten gaan naar verscherping van wetgeving en toezicht, maar ook naar voorlichting over de financiële en economische consequenties voor de slachtoffers  van illegaal downloaden.

(foto: Creative Commons/Bronwyn Lewis)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog