Tagarchief: journalistiek

Schmidt (Google): “We have a business model problem, not a news problem”

Veel traditionele uitgevers kijken naar Google met een mengeling van angst en woede. Dat is niet nodig, vertelde Google-CEO Eric Schmidt gisteren aan het publiek tijdens het congres van de American Society of News Editors (ASNE) in Washington DC. Schmidt presenteerde zich als bondgenoot van goede journalistiek. Problemen concentreren zich bij de verdienmodellen, kansen voor kwaliteitsjournalistiek zijn groter dan ooit: “We have a business model problem, we don’t have a news problem”. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog, Video

The Virtual Revolution: BBC heeft het begrepen

Uitgevers kunnen alleen overleven als ze zichzelf opnieuw uitvinden en onderdeel worden van het internet. Dat betoogde Alan Rusbridger bijna twee weken geleden in een lezing. De hoofdredacteur van The Guardian beklemtoonde nog eens dat hij er niet over piekert om online lezers te laten betalen voor zijn krant. Voor de toekomst van de journalistiek is het nodig dat deze zich niet afwendt of afschermt van de conversatie door middel van paywalls of andere middelen. Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Alan Rusbridger (The Guardian): Content afschermen is dood in de pot

Gisteren sprak Alan Rusbridger, hoofdredacteur van The Guardian, in Londen de jaarlijkse Hugh Cudlipp Lecture uit. Met interesse kijkt men bij The Guardian naar de experimenten van Rupert Murdoch met betaalde toegang voor nieuwswebsites, maar voor Rusbridger is een paywall geen optie. Het afwimpelen van zoekmachines en het tegenhouden van het gratis bezoek resulteert in geslotenheid voor de buitenwereld. Murdochs schouderophalende stelling ‘It is better to have fewer people to our websites – who pay’ zet kranten op achterstand. Openheid en betrokkenheid hebben op internet immers de plaats ingenomen van monopolisme en autoriteit.
Rusbridger verwacht dat online nieuws uiteindelijk, ondanks alle experimenten, gratis zal blijven. Alleen voor specialistische content en voor het gebruik van platforms zoals mobiel acht hij betaalmodellen kansrijk.
Iedereen kan uitgeven
Op het web is iedereen uitgever geworden: overheden, bedrijven, onderzoeksinstellingen, wetenschappers en hobbyisten kunnen allemaal hun eigen content publiceren en ernaar linken. Nieuwsorganisaties zijn onderdeel van deze atmosfeer waarin kennisdelen centraal staat. Maar welke rol moeten kranten innemen? De keuze van The Guardian is om zich zoveel mogelijk ‘in te weven’ in de structuur van het internet. In 2009 resulteerde dat in een bezoekersgroei van 40 procent ten opzichte van 2008. Topprestaties werden geleverd door typische journalistieke rubrieken als milieu (+ 137 procent), technologie (+ 125 procent) en kunst en design (+ 84 procent).
Journalistiek of verdienmodellen?
Journalistiek moet centraal staan, niet verdienmodellen, stelt Rusbridger:
“If you think about journalism, not business models, you can become rather excited about the future. If you only think about business models you can scare yourself into total paralysis.”
Dit is de kern van het verwijt dat Rusbridger maakt aan Rupert Murdoch. Er kunnen goede zakelijke redenen zijn voor het oprichten van een paywall, maar uit journalistiek oogpunt is het een keuze tegen openheid waarmee kranten zich slaapwandelend in de vergetelheid manoeuvreren. Online uitgeven betekent gevoelig zijn voor de manier waarop mensen zich uitdrukken, waarop de maatschappij georganiseerd is. Het internet aanduiden als ‘digitale trend’ doet tekort aan de verschuiving die online media veroorzaken, aldus Rusbridger:
It’s not a ‘digital trend’. It’s a trend about how people are expressing themselves, about how societies will choose to organise themselves, about a new democracy of ideas and information, about changing notions of authority, about the releasing of individual creativity, about resisting the people who want to close down free speech.

Gisteren sprak Alan Rusbridger, hoofdredacteur van The Guardian, in Londen de jaarlijkse Hugh Cudlipp Lecture uit. Met interesse kijkt men bij The Guardian naar de experimenten van Rupert Murdoch met betaalde toegang voor nieuwswebsites, maar voor Rusbridger is een paywall geen optie. Het afwimpelen van zoekmachines en het tegenhouden van het gratis bezoek resulteert in geslotenheid voor de buitenwereld. De schouderophalende stelling van Murdoch ‘It is better to have fewer people to our websites – who pay’ zet kranten op achterstand. Openheid en betrokkenheid hebben op internet immers de plaats ingenomen van monopolisme en autoriteit.

Lees verder

2 reacties

Opgeslagen onder Blog, Online publishing

Carolyn Maloney: de Elco Brinkman van Washington DC

In de VS wordt de crisis in krantenland misschien wel het beste zichtbaar. De oplagecijfers van kranten gaan in snel tempo naar beneden: woensdag wijdde The Guardian er nog een graphic aan. Diverse kranten zijn overgestapt op online-only en meerdere oude, gezaghebbende titels hebben het loodje gelegd. De ontslagen lopen in de tienduizenden. Aan het Congres in Washington DC is de penibele staat van veel kranten niet voorbijgegaan.

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Onderzoeksjournalistiek in het internettijdperk

In een interessant artikel voor ‘What Matters’ van McKinsey gaat Paul Steiger in op de strategie van zijn werkgever ProPublica, ‘an independent, non-profit newsroom that produces investigative journalism in the public interest’. Op Amerikaanse krantenredacties heeft een kaalslag plaatsgevonden (26.000 ontslagen sinds begin 2008) en daarvan maakt ProPublica gebruik. En met resultaat: in juli publiceerde de Los Angeles Times een uitgebreid onderzoeksjournalistiek artikel van ProPublica dat inmiddels leidde tot ontslagen door gouverneur Schwarzenegger.

Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Journalistiek laat zich opnieuw kaas van het brood eten

De impact van de recessie op journalistieke uitgaven is groot. Budgetten zijn verkleind en redacties zijn gekrompen nadat advertentie-inkomsten aanzienlijk afnamen. Dit zijn echter niet de enige donkere wolken aan de horizon voor redacties: uit nieuw onderzoek van Oriella blijkt dat een aanzienlijk deel van de ondervraagden (journalisten uit zeven West-Europese landen) verwachten dat nieuwe technologische ontwikkelingen hun traditionele kanaal (print, radio, televisie) kunnen gaan verdringen. In Nederland en België is men overigens een stuk minder pessimistisch over de papieren krant dan elders in Europa.

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Nieuwe generatie journalisten: beeldenstorm?

“In mijn aan de werkelijkheid getoetste belevingswereld is de gemiddelde krantenredactie oud, ingedut, overbetaald, ondermaats producerend en afkomstig van een andere planeet dan de doorsnee Nederlandse bevolking”

Wat is dit? Een scheldkanonnade van een gefrustreerde aanhanger van wijlen Pim Fortuyn? Een afscheidsbrief van een suïcidale krantenredacteur? Niets van dat alles. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Commissie-Brinkman: oogkleppensubsidie

Volgens het vandaag verschenen rapport van de Commissie-Brinkman moet de overheid de (dagblad)pers subsidiëren met geld van internetgebruikers. Is dat niet hetzelfde als steun voor de stoombootsector op te laten brengen door vliegtuigpassagiers? Of kopers van Tupperware belasten ten bate van de rietenmandenproductie? Lees verder

6 reacties

Opgeslagen onder Blog

What are you doing? Profiteren van status updating

Uit een rapport van het Amerikaanse Pew-instituut blijkt dat steeds meer mensen zichbezig houden met status updating: op allerlei online platforms laat men weten waar men mee bezig is. Dat biedt contentbeheerders een mooie kans voor het verspreiden van hun content naar nieuwe doelgroepen.

Twitter is de grootste stand-alone toepassing waarmee men  contacten op de hoogte houdt met status updates. Door de veelvuldige media-aandacht van de afgelopen maanden (zie ook hierhier en hier) beleeft de dienst momenteel zijn Nederlandse doorbraak. Maar er zijn tientallen andere sites en netwerken waar status updating ter zake doet:

  • Op Hyves heb je de rubriek wie-wat-waar
  • Op Facebook kun je laten zien wat je doet, leest, luistert en aanbeveelt. 
  • Plaxo en FriendFeed bestaan bij de gratie van status updates 
  • Uiteraard zijn er ook nog de instant messaging-services zoals MSN die je de gelegenheid geven om een frase aan je profielnaam toe te voegen.  

publishr-hyvesWhat are you doing?
De tagline van Twitter, dat overigens nog nauwelijks geld verdient, is ‘What are you doing?’. Zo eenvoudig is het dus! Twitter heeft handig geanticipeerd op het nieuwe digitale netwerken. Het wordt toegepast door jongeren, die zo vertrouwd zijn met de digitale wereld dat de privacy-huiver en de scheiding tussen werk en privé van andere generaties hen vreemd is. 

Nearly one in five (19%) online adults ages 18 to 24 have ever used Twitter and its ilk, as have 20% of online adults 25 to 34. Use of these services drops off steadily after age 35 with 10% of 35 to 44 year olds and 5% of 45 to 54 year olds using Twitter. The decline is even more stark among older internet users; 4% of 55-64 year olds and 2% of those 65 and older use Twitter.

(Twitter and Status Updating, p.2)

Status update op MSNContentleverancier
Als contentleverancier op zoek naar een zo groot en relevant mogelijk lezerspubliek kun je eenvoudig en gratis op deze trend inspelen. Status updaters in het algemeen en Twittergebruikers in het bijzonder zijn de ideale gebruikers van online en mobiele content:

Twitter users engage with news and own technology at the same rates as other internet users, but the ways in which they use the technology – to communicate, gather and share information – reveals their affinity for mobile, untethered and social opportunities for interaction.

(Twitter and status updating, p.5)

Status update via TwitterStatus updaters consumeren echter niet alleen content, ze produceren het ook. Met hun regelmatige updates via de genoemde media kunnen zij een buitengewoon krachtige springplank vormen voor allerlei vormen van content, van krantenartikelen tot filmpjes. Uiteraard is het mogelijk om (bijvoorbeeld via Twitterfeed) al je content automagisch op Twitter te laten verschijnen. Wanneer echter twitteraars in hun ‘microblogs’ linken naar de content uit je publicatie, werkt dat vele malen beter: mond-tot-mond is nog steeds de meest effectieve vorm van reclame. 

Twitter voor contentspecialistenAanbeveling + status update via facebook
Wat staat contentspecialisten dus te doen? Start vandaag nog een twitter-account en begin te vertellen waar je mee bezig bent. Bouw een netwerk van relevante contacten op en link in je berichten genereus naar artikelen van anderen die je de moeite waard vindt. Link ondertussen in je bericht naar je eigen content, liefst via een statistiekentoepassing, zodat je weet wie je bericht gelezen hebben. 

Vluchtigheid
‘You market to a parade, not to a standing army’. Die marketingwijsheid moet in het achterhoofd blijven bij het gebruikmaken van status updates. De vluchtigheid van het medium is iets om rekening mee te houden. Je kunt er zelfs van profiteren, zo wordt betoogd in een recent bericht op de weblog Fuel interactive

(foto bij bericht van dekoderek via Flickr)

4 reacties

Opgeslagen onder Blog

Ik ben van de GeenStijl-generatie

Afgelopen weekend werd de prijs voor het beste televisiefragment van het jaar uitgereikt. Paul de Leeuw, Peter R. de Vries en Rutger van GeenStijl.tv waren doorgedrongen tot de finale. Dat GeenStijl niet met de trofee naar huis ging, verbaasde me niet. Het genomineerde item was niet fraai gefilmd en alleen door de reactie (en later het ontslag) van minister Vogelaar verkreeg het enige nieuwswaarde. Veel verbazender vond ik de reactie van de vakjury, vertegenwoordigd door Anita Witzier. Kort samengevat: ‘Dit filmpje hadden we liever niet bij de top 3 gezien; het is immers internet en geen televisie’.

Waarom wordt GeenStijl zo makkelijk weggezet als irrelevant of  gezien als ‘grof, triest en walgelijk’? Waarom houdt de gevestigde orde in medialand zich verre van GeenStijl of doet aan onjuiste beeldvorming? Op De Nieuwe Reporter rept Theo van Stegeren over GeenStijl als ‘een weblog dat zich ten doel stelt andermans idealen het nekschot te geven’. De Volkskrant sloeg de plank volledig mis met de term ‘GeenStijl-generatie’ om mensen aan te duiden die erop los bedreigen. Alleen de Telegraaf zag brood in de onorthodoxe aanpak van Fleischbaum, Hoxha, Pritt Stift en de overige redacteuren, die zelf zeggen ‘infotainment’ te produceren. Van het succes van GeenStijl valt veel te leren.

Kanttekeningen
Natuurlijk zijn er kanttekeningen mogelijk bij het succes van GeenStijl. In een interview noemde directeur Dominique Weesie zijn site ‘zo inconsequent als de pest’ en kwam hij niet overtuigend over in het verdedigen van onjournalistieke uitingen. De vage verhouding tussen redactionele en gesponsorde content doen terecht de wenkbrauwen fronsen. Desondanks bewonder ik de oprichters van GeenStijl voor hun schepsel. Op tijd hebben zij zich gerealiseerd welke rol een weblog kan spelen; de doelgroep is verstandig gekozen (want slim, hoogopgeleid, IT-literate) en adverteerders (het ministerie van Defensie voorop) staan in de rij om ruimte in te kopen.

Community
GeenStijl is als online uitgeefproduct het volgen meer dan waard. Waarom? De site is een prachtig voorbeeld van een community met een vaste kern en een enorme groep regelmatige lezers. Dat GeenStijl een geslaagde community is, blijkt uit de wederdiensten van de bezoekers. Menige autodief en overvaller is al in de kraag gevat dankzij de ‘reaguurders’ van GeenStijl. Ook voor een lolletje zijn ze wel te vinden, getuige het topic rond het meisje Luca. Ook de enorme stroom user-generated content (die deels zijn weg vindt naar Dumpert) vormt een bewijs dat ‘conversation is king‘ op GeenStijl.

Taalverrijking
Wat te denken van het taalgebruik op GeenStijl? ‘Populisme’ is een veelgehoord verwijt richting GeenStijl. Maar wanneer het onderbuikgevoel wordt aangesproken, is de toonzetting voornamelijk ironisch. Naar mijn mening is er sinds de strips van Ollie B. Bommel er geen medium geweest wat in zo’n korte tijd zoveel taal heeft toegevoegd aan het Nederlandse vocabulaire. Toegegeven, meer in het jongensgenre dan daarbuiten. ‘Fappen’, ‘fotofuck’, ‘televee’ en ‘wegjorissen’ zijn slechts enkele voorbeelden.

Ontmaskering
GeenStijl ontmaskert genadeloos alles wat nep is. Daar worden internetpolls het slachtoffer van, maar ook de achterhaalde procedure (want gebaseerd op het idee van de verzuiling) voor aanmelding van een nieuwe publieke omroep. Het GeenStijl-initiatief PowNed is niet meer dan begrijpelijk nu er naast een ouderenomroep en een ‘groene omroep’ ook een dierenomroep zich warmdraait. Het werd tijd dat deze achterhaalde machinerie eens in het juiste perspectief wordt gezien. GeenStijl vervult hier de klassieke journalistieke rol van waakhond van de democratie, op een meer efficiënte manier dan de 430 man van de staatsomroep. Pardon, NOS.

1 reactie

Opgeslagen onder Blog