Tagarchief: bouw

Schrijven voor het web: tips en trucs op de Dag van de Content

Onlangs vond in Amsterdam de Dag van de Content plaats, georganiseerd door Lamar Communicatie (payoff: ‘de kracht van content’). Helaas kon ik niet aanwezig zijn in Amsterdam. Echter niet getreurd: behalve de ‘live’ contacten hoef ik door het verslag, de foto’s en de SlideShare-presentaties achteraf niets te missen.

Lees verder

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog, Redactie

Onderzoeksjournalistiek in het internettijdperk

In een interessant artikel voor ‘What Matters’ van McKinsey gaat Paul Steiger in op de strategie van zijn werkgever ProPublica, ‘an independent, non-profit newsroom that produces investigative journalism in the public interest’. Op Amerikaanse krantenredacties heeft een kaalslag plaatsgevonden (26.000 ontslagen sinds begin 2008) en daarvan maakt ProPublica gebruik. En met resultaat: in juli publiceerde de Los Angeles Times een uitgebreid onderzoeksjournalistiek artikel van ProPublica dat inmiddels leidde tot ontslagen door gouverneur Schwarzenegger.

Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Online uitgeven volgens Slate Magazine

Bij Slate Magazine begrijpen ze wat online uitgeven is. De site maakt maximaal gebruik van de pluspunten van publiceren op het internet. Begonnen met een gepagineerde website die men wekelijks kon uitprinten, bestaat The Slate Group nu behalve de ‘kernsite’ uit weblogs, spin-offs die zich richten op niches (vrouwen, economie) en Fransen, terugkerende rubrieken en een video-website. Voor de wekelijkse podcasts sloot men een sponsordeal met Audible, leverancier van luisterboeken. Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog, Online publishing

Google StreetView: 3 handige toepassingen

Het verwijt wordt vaak gemaakt: Google parasiteert op het werk van contentmakers zoals journalisten. Dit geldt uiteraard voor de zoekmachine, maar ook voor Google Nieuws en in mindere mate Gmail. Voor Google StreetView geldt het tegenovergestelde: al sinds 2007 voegt men actief straatbeelden toe aan de plattegronden van Google Maps. Een megaproject waarvoor er auto’s met camera’s rondrijden van San Francisco tot Miami en van Birmingham tot Tokio.

Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

What are you doing? Profiteren van status updating

Uit een rapport van het Amerikaanse Pew-instituut blijkt dat steeds meer mensen zichbezig houden met status updating: op allerlei online platforms laat men weten waar men mee bezig is. Dat biedt contentbeheerders een mooie kans voor het verspreiden van hun content naar nieuwe doelgroepen.

Twitter is de grootste stand-alone toepassing waarmee men  contacten op de hoogte houdt met status updates. Door de veelvuldige media-aandacht van de afgelopen maanden (zie ook hierhier en hier) beleeft de dienst momenteel zijn Nederlandse doorbraak. Maar er zijn tientallen andere sites en netwerken waar status updating ter zake doet:

  • Op Hyves heb je de rubriek wie-wat-waar
  • Op Facebook kun je laten zien wat je doet, leest, luistert en aanbeveelt. 
  • Plaxo en FriendFeed bestaan bij de gratie van status updates 
  • Uiteraard zijn er ook nog de instant messaging-services zoals MSN die je de gelegenheid geven om een frase aan je profielnaam toe te voegen.  

publishr-hyvesWhat are you doing?
De tagline van Twitter, dat overigens nog nauwelijks geld verdient, is ‘What are you doing?’. Zo eenvoudig is het dus! Twitter heeft handig geanticipeerd op het nieuwe digitale netwerken. Het wordt toegepast door jongeren, die zo vertrouwd zijn met de digitale wereld dat de privacy-huiver en de scheiding tussen werk en privé van andere generaties hen vreemd is. 

Nearly one in five (19%) online adults ages 18 to 24 have ever used Twitter and its ilk, as have 20% of online adults 25 to 34. Use of these services drops off steadily after age 35 with 10% of 35 to 44 year olds and 5% of 45 to 54 year olds using Twitter. The decline is even more stark among older internet users; 4% of 55-64 year olds and 2% of those 65 and older use Twitter.

(Twitter and Status Updating, p.2)

Status update op MSNContentleverancier
Als contentleverancier op zoek naar een zo groot en relevant mogelijk lezerspubliek kun je eenvoudig en gratis op deze trend inspelen. Status updaters in het algemeen en Twittergebruikers in het bijzonder zijn de ideale gebruikers van online en mobiele content:

Twitter users engage with news and own technology at the same rates as other internet users, but the ways in which they use the technology – to communicate, gather and share information – reveals their affinity for mobile, untethered and social opportunities for interaction.

(Twitter and status updating, p.5)

Status update via TwitterStatus updaters consumeren echter niet alleen content, ze produceren het ook. Met hun regelmatige updates via de genoemde media kunnen zij een buitengewoon krachtige springplank vormen voor allerlei vormen van content, van krantenartikelen tot filmpjes. Uiteraard is het mogelijk om (bijvoorbeeld via Twitterfeed) al je content automagisch op Twitter te laten verschijnen. Wanneer echter twitteraars in hun ‘microblogs’ linken naar de content uit je publicatie, werkt dat vele malen beter: mond-tot-mond is nog steeds de meest effectieve vorm van reclame. 

Twitter voor contentspecialistenAanbeveling + status update via facebook
Wat staat contentspecialisten dus te doen? Start vandaag nog een twitter-account en begin te vertellen waar je mee bezig bent. Bouw een netwerk van relevante contacten op en link in je berichten genereus naar artikelen van anderen die je de moeite waard vindt. Link ondertussen in je bericht naar je eigen content, liefst via een statistiekentoepassing, zodat je weet wie je bericht gelezen hebben. 

Vluchtigheid
‘You market to a parade, not to a standing army’. Die marketingwijsheid moet in het achterhoofd blijven bij het gebruikmaken van status updates. De vluchtigheid van het medium is iets om rekening mee te houden. Je kunt er zelfs van profiteren, zo wordt betoogd in een recent bericht op de weblog Fuel interactive

(foto bij bericht van dekoderek via Flickr)

4 reacties

Opgeslagen onder Blog

Mythes en misverstanden over social news

‘Social news’ is één van de vele gezichten van web 2.0. Ontstaan in de Amerikaanse geek community werd het hier en daar al snel bezongen als de nieuwe vorm van het dagelijkse nieuws: iedereen plaatst razendsnel berichten uit zijn/haar eigen omgeving en de nieuwsconsument deelt stemmen uit aan de belangrijkste berichten. Zo zou social nieuws traditionele journalisten en redacties de loef afsteken met snellere en meer relevante berichtgeving.

Vanuit deze gedachte – en met een oogje op het succesvolle Amerikaanse digg.com – begon Liones in 2007 in opdracht van Ilse media met het ontwikkelen van NUjij, een social news-applicatie voor NU.nl. Zouden we zelf nieuws gaan genereren met NUjij? Het leek te mooi om waar te zijn, en dat was het ook. Ik deel graag enkele lessons learned.

1.    Gebruikers maken niet vanzelf gebruik van features zoals stemmen
Aanvankelijk viel het aantal mensen dat berichten toevoegde op NUjij behoorlijk tegen. Ook maakte men veel minder dan verwacht gebruik van de stemknop. Met minder dan twintig stemmen belandde een bericht al bovenaan de homepage – terwijl de site dagelijks door ongeveer 50.000 mensen werd bezocht! Nog steeds heeft het meest populaire bericht op NUjij minder dan 350 stemmen. Pogingen om de stemknop prominenter in beeld te krijgen, leidden niet tot veel resultaat. Digg was hierin veel succesvoller, ongetwijfeld omdat aan de basis van deze site een veel duidelijker omschreven community staat: de voorhoede van de tech-savvy bewoners van Silicon Valley.

2.    Traffic genereren? kies een niche of een partner
Installeren van een social news website is zinloos als je onvoldoende aanvoer van nieuws hebt. In de praktijk betekent dit dat je hard moet werken aan een eigen community. De uitbouw van digg kon plaatsvinden dankzij bovengenoemde gebruikersbasis. Gaandeweg voegde men nieuwe categorieën (business, lifestyle) toe, waardoor de site aantrekkelijker werd voor meer groepen gebruikers en adverteerders.
NUjij is vanaf de eerste dag bedoeld voor een breder publiek dan digg. Maar hoe krijg je actieve bezoekers als je berichten publiceert over uiteenlopende onderwerpen als de iPhone, Britney Spears, UFO’s en Jan Peter Balkenende? Door het plaatsen van stemknopjes op ‘moedersite’ NU.nl vonden slechts enkele procenten van de fabelachtige hoeveelheid traffic op NU.nl de weg naar NUjij. Dit leverde de startende site duizenden bezoekers per dag en een zeer levendige conversatie op. Inmiddels komt nog tweederde van het bezoek (rond de 2 miljoen unieke bezoekers per maand) vanaf NU.nl.

3.    Controle over een social news website?
Al snel bleek het zelfregulerende vermogen van zowel digg als NUjij falende. Op allerlei manieren kreeg men te maken met misbruik. De veronderstelling dat men vriendelijk voor elkaar zou blijven, bleek onterecht. Alle denkbare vormen van misbruik werden toegepast: stemmenfraude en spam voor commerciële en politieke doeleinden waren nog de meest merkbare. En wat doe je als de top 10 op de homepage wordt gedomineerd door samenzweringstheorieën en UFO’s? De effort die het kostte om de site ‘schoon’ te houden, was veel groter dan verwacht en werd bovendien afkeurend gadegeslagen door veel gebruikers die de redactie maar al te graag herinnerden aan het adagium ‘user generated’ dat hoog in top wapperde. Inmiddels wordt NUjij dag en nacht gescreend door enkele wakkere redacteuren, iets dat op digg ook wordt toegepast getuige de snelle dood van veel propaganda voor de Republikeinse kandidaat Ron Paul in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Is het ideaal van social news, een community die zichzelf van nieuws voorziet, dichterbij gekomen? Verre van dat. De redacties van digg en NUjij hebben zich gerealiseerd dat een stem-algoritme teveel aan gebruikers – en dus aan toeval of kwade wil – overlaat. Personalisatie van de gebruikerservaring is in beide gevallen het antwoord. Digg kwam onlangs met een recommendation engine, die gebruikers berichten biedt die gerelateerd zijn aan wat ze zelf geplaatst hebben. NUjij kwam met tags, die ongetwijfeld in de toekomst zullen worden gebruikt om een meer contextgerelateerde gebruikerservaring op te leveren. Utopia is buiten beeld geraakt en de functie van NUjij voor NU.nl is veel minder ‘nieuwsvoorzienend’ dan vooraf verwacht. Een onvoorzien effect is dat NUjij – inmiddels bijna 100.000 geregistreerden – de voorheen anonieme gebruikersgroep van NU.nl in beeld heeft gebracht.

Dit artikel is ook verschenen in de Uitgeefwijzer 2009 voor grote en kleine uitgevers van uitgeverij Mediafacts

1 reactie

Opgeslagen onder Blog

Eerst denken, dan doen

Minder dan de helft van alle ICT-projecten is succesvol. Die verbluffende conclusie werd afgelopen jaar getrokken door de consultants van Ernst&Young. Een groot deel van de projecten wordt wel voltooid maar met overschrijding van de geplande uren of budgetten. Vaak worden deze overschrijdingen veroorzaakt door een slechte afstemming tussen opdrachtgever en uitvoerder. Verwarring over het gewenste resultaat van een project is eerder regel dan uitzondering.

Als internetbureau voor uitgevers heeft Liones ruime ervaring met het overbruggen van de kloof tussen opdrachtgever en uitvoerder. Wij kunnen een uitgever begeleiden bij alle stappen in het traject van online uitgeven, van conceptontwikkeling tot redactie. Bij ieder project wordt een Functioneel Ontwerp (FO) gemaakt, waarin de vraag wordt beantwoord wat de te bouwen applicatie moet kunnen.

Technische achtergrond
Onze technische achtergrond – Liones bouwt zelf veel websites voor uitgevers – beschouwen we als voordeel bij FO-trajecten: het levert inzicht in de technische en financiële haalbaarheid van de wens van de klant. En vanaf het moment dat de Liones-ontwikkelaars starten met de bouw, kunnen ze snel schakelen met de maker van het FO. Door deze korte lijnen blijft de communicatie effectief. Ook best practices bij de bouw van internettoepassingen worden meegenomen bij het opstellen van een FO.

Beste oplossing voor de klant
De Functioneel Ontwerpers van Liones denken mee met de klant en zoekt actief naar de beste oplossing voor de klant. Ook wordt een eerste inschatting gemaakt van de kosten die de bouw met zich meebrengt, zodat meteen duidelijk is of het budget zich realistisch verhoudt tot de wensen. Pas als hierover helderheid bestaat, komen het Grafisch Ontwerp (GO) en het Technisch Ontwerp (TO) in beeld.

Maarten van Vulpen, Business Analyst bij Liones, benadrukt dat FO-adviezen voor alle partijen zinvol zijn:

‘Het is fantastisch om samen met een klant diens vraagstelling helder te krijgen. Vervolgens adviseer ik de oplossing die voor de klant het beste is. Soms valt hierbij de keuze zelfs op een systeem dat niet door Liones is ontwikkeld, bijvoorbeeld wanneer compatibility met bestaande systemen belangrijk is’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blog

Lead Generation vervangt CPC en CPM

In de afgelopen jaren zijn budgetten voor online marketing enorm gestegen. Via internet is het immers mogelijk om extreem doelgerichte campagnes op te zetten. Targeting kan zowel  geografisch als demografisch en contextueel plaatsvinden. Voor B2B-marketeers op zoek naar sales leads biedt dat veel meer kansen dan voorheen.

Nu online adverteren wat rijper begint te worden, verschuift de focus van marketeers naar ROI. Wat levert het allemaal op? Zijn de traditionele CPM- en CPC-uitingen wel zo effectief voor het genereren van leads? Meer transparantie en duidelijkheid over de resultaten van een campagne, dat is wat de branche wil. Een groeiende groep adverteerders betaalt daarom volgens een Cost Per Lead (CPL)-model. Online lead generation groeide tussen 2006 en 2007 met 71 procent, meer dan twee keer zo snel dan de totale markt voor online adverteren. Alle onderzoeken wijzen uit dat B2B-firma’s op zoek zijn naar leads. De marketingdoelen en –tactieken zijn daarop afgestemd.

Datacollectie
Het datacollectiemodel is erop gericht om adresgegevens te ‘oogsten’ van belangstellenden en die door te verkopen aan de adverteerder. Met name geldt dit voor de financiële sector, maar ook voor events, cursussen en auto’s wordt deze vorm van lead generation gebruikt. Ook uitgevers maken succesvol gebruik van datacollectie om leads te genereren. Zo worden publicaties op de door Liones gebouwde Computable IT Knowledge Base pas toegankelijk na achterlating van naam- en adresgegevens. Trouwens, vooral in de Verenigde Staten is het meer regel dan uitzondering dat je gebeld te wordt door de opstellers van een rapport die beleefd informeren of de informatie nuttig geweest is, en of ze verder nog van dienst kunnen zijn.

Search
Uit onderzoek in de VS en Europa blijkt dat zoekmachines veel worden gebruikt door online marketeers (respectievelijk door 85 procent en 86 procent van de ondervraagden in onderzoeken van Gartner en Synovate). Hoog eindigen in zoekresultaten geeft bedrijven een aura van betrouwbaarheid. Topmerken staan bovenaan, zo redeneert 36 procent van de ondervraagden in een onderzoek van iProspect. Creativiteit bij het claimen van een zoekdomein is geboden. Een goede site en vindbaarheid op bedrijfsnaam zijn niet genoeg. Creativiteit met betaalde zoekresultaten (Google AdSense of Microsoft adCenter) is geboden bij het inhaken op populaire zoektermen in de eigen branche.

Eigen website
Een laatste belangrijk marketingmedium is de eigen website. Zeker in de B2C-sector is deze direct of indirect goed voor veel business, meer nog dan e-mailmarketing. Dat blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse Direct Marketing Association. Op B2B-websites laat men deze kansen liggen: de sites zijn vaak nog nauwelijks gericht op de user experience, laat staan dat ze een drijvende kracht vormen achter de zakelijke doelen van het bedrijf. Ook filtering en targeting op basis van zoek- en surfgedrag zijn op zakelijke websites nog veel minder doorgedrongen dan op consumentensites.

1 reactie

Opgeslagen onder Blog