De dunne scheidslijn tussen utopie en realiteit

What-if, wat indien de geschiedenis anders was verlopen. Die gedachte is leidraad in ‘Het complot tegen Amerika’, het nieuwe boek van Philip Roth. In deze roman, waarin de jeugd van de schrijver begin jaren veertig een grote rol speelt, wordt een overtuigende poging gedaan om aan te tonen hoe dun de scheiding is tussen utopie en werkelijkheid

Stel dat Pim Fortuyn niet was vermoord op 6 mei 2002, maar dat hij met 26 of meer zetels in de Tweede Kamer was terechtgekomen. Stel dat vervolgens Hans Wiegel werkelijk zou zijn aangezocht als premier. Als gedachte-experiment zou dat een mooie basis kunnen zijn voor kunstuitingen.Tot op vandaag kwam nog niemand op dat idee, hoewel Fortuyns waargebeurde dood wel werd gebruikt als ingrediënt. Door auteur Tomas Ross bijvoorbeeld, voor zijn roman De zesde mei. En door Theo van Gogh, die de moord op Fortuyn een plek gaf in zijn film 0605. De Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize-winnaar Philip Roth (1933) is er echter met zijn nieuwe boek ‘Het complot tegen Amerika’ in geslaagd om wèl een dergelijke what-if story te creëren.
Nadat de 25-jarige Charles Lindbergh in 1927 als eerste non-stop in zijn vliegtuig Spirit of St. Louis de Atlantische Oceaan oversteekt, verwerft hij zowel in Europa als in Amerika grote sympathie. In de jaren dertig maakt Lindbergh de opkomst van het door hem bewonderde nationaal-socialisme in Duitsland van nabij mee. Hij doet anti-joodse uitspraken, hij is aanwezig bij de opening van de Olympische Spelen in 1936 in Berlijn en neemt zelfs een onderscheiding in ontvangst van luchtmaarschalk Hermann Göring. Wanneer in 1939 de Republikeinse conventie er maar niet in slaagt om het eens te worden over de nominatie van een presidentskandidaat, verschijnt midden in de nacht Lindbergh op het toneel. Hij wordt genomineerd en verslaat enkele maanden later de Democratische president Franklin D. Roosevelt. Lindbergh maakt gebruik van het isolationistische sentiment in de Verenigde Staten en roept een halt toe aan de beweging die zich sterk richtte op solidariteit met Engeland, dat reeds in een oorlog was verwikkeld met nazi-Duitsland
In het boek wordt de lezer vanaf dat tijdstip aan de hand genomen door een volwassen verteller die terugkijkt op zijn jeugd in Newark, New Jersey begin jaren veertig van de twintigste eeuw. Voor de joodse familie (‘gewone mensen die toevallig joden zijn’) van de verteller is de algemene bewondering voor Lindbergh al lang omgeslagen in angst en wantrouwen. Afwisselend valt de schijnwerper op de ‘grote geschiedenis’ van de Verenigde Staten en zijn eigen ‘kleine geschiedenis’. De parallellen met de jeugd van de auteur liggen voor de hand en worden ook nadrukkelijk opgeroepen omdat de schrijver zijn eigen naam en gegevens uit zijn eigen opvoedingsmilieu gebruikt.
‘Het complot tegen Amerika’ is een drukkend boek. Het is een boek vol angsten, dat beseft de verteller zelf ook: ‘In deze herinneringen regeert de angst, een voortdurende angst. Natuurlijk kent elke kindertijd wel zijn verschrikkingen, maar toch vraag ik me af of ik als kind minder bangelijk zou zijn geweest als Lindbergh geen president was geworden, of als ik geen joden als ouders had gehad.’ Op een sublieme manier wordt zo beschreven hoe de negenjarige Philip de ontwikkelingen in de wereld om zich heen volgt. De vader-zoonrelatie speelt hierbij een rol van belang. Philip lijdt aan zijn eigen angsten: de spoken in de kelder, de beenstomp van zijn neef Alvin, de obsessieve manier waarop hij gevolgd wordt door zijn buurjongetje Seldon. Maar ook identificeert hij zich onbewust met die van anderen. Zoals de angsten van zijn vader, een tragisch figuur van het onuitstaanbare type. Bezorgdheid over de gang van zaken in zijn land mengt deze met een angstige, soms paranoïde kijk op de wereld: iedereen is tegen ons, iedereen kan je beentje lichten. In een aantal gevallen is deze angst echter zeer terecht. Op vakantie in Washington DC wordt hij een hotel uitgezet en wijt dit aan het feit dat hij joods is. Hij raakt zijn baan kwijt omdat hij niet wil verhuizen naar Kentucky in het kader van een herplaatsing. Zijn schoonzus trouwt met rabbijn Bengelsdorf, een belangrijke adviseur van president Lindbergh.
De politieke situatie wordt pas echt benauwend als Lindbergh spoorloos verdwijnt, de bekende anti-nazistische televisiecommentator Walter Winchell wordt vermoord en Amerika onder vice-president Wheeler in een spiraal terechtkomt die ook de familie niet onberoerd laat, en die vader Roth de kans geeft om nog één keer te vlammen, als ware het zijn eigen Ardennenoffensief.
Na lezing blijft de vraag over wat Roth heeft bedoeld met dit boek. In eerdere boeken was in meerdere of mindere mate een connectie met de actualiteit te bespeuren. Zo viel de presentatie van ‘The Human Stain’ (De menselijke vlek, 2000), over een professor die een verhouding begint met een vrouwelijke portier, kort na de Lewinsky-affaire die Bill Clinton in grote moeilijkheden bracht.
In de New York Times werd gesuggereerd dat Philip Roth in dit boek zijn eigen jeugd ‘mythologiseert’ om zichzelf alsnog te profileren als joodse schrijver die opgroeide tijdens de Tweede Wereldoorlog met alle problemen van dien. Maar het ‘complot tegen Amerika’ is dan een ‘complot tegen de joden’ geworden. Connecties met de Verenigde Staten na 9/11 liggen meer voor de hand. Daar zijn de bevoegdheden van overheden aanzienlijk uitgebreid en krijgt veiligheid voorrang boven privacy. Hoewel Roth zich noch in het boek, noch in de publiciteit heeft uitgelaten over de actualiteit, kunnen we concluderen dat het boek zich sterk richt tegen totalitaire systemen met grote controle over de burgers. ‘Het complot tegen Amerika’ moet daarom worden gezien in de traditie van George Orwells 1984. Het grote verschil is dat deze anti-utopist een angstbeeld schetst voor een toekomst met ‘Big Brother’. Roth daarentegen laat de lezer met terugwerkende kracht beseffen dat de geschiedenis ook een heel andere, angstaanjagender loop had kunnen nemen.
Voor wie wil weten hoe de geschiedenis werkelijk verlopen is, heeft Roth achterin zijn boek een naschrift met onder andere een ‘ware chronologie’ toegevoegd.

Philip Roth, Het complot tegen Amerika Amsterdam uitg. J.M. Meulenhoff. Vertaald door Ko Kooman 430 blz. € 17,50
(deze recensie is gepubliceerd in het Friesch Dagblad van 9 februari 2005)

Technorati tags: , , , , ,

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Recensies

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s